Wonderbaarlijke vermenigvuldiging van hersencellen

IMG_5435“Ik ga niet mee,” klonk het vastbesloten. “Bekijk het maar.”
“Ja maar, ik vind het veel gezelliger als je met ons mee gaat,” protesteerde ik.
“Ik kan best voor mezelf zorgen.” Hij posteerde zich op de wal.
“Nee, dat kan je niet,” zei ik van een afstandje. “Want dan moet Mijn Vriendin voor je zorgen.”
“Ze is anders ook mijn vriendin,” antwoordde Adje en zijn staart wuifde triomfantelijk. Ik had het nakijken. Net toen we naar Duitsland wilden vertrekken voor het Paasweekend.

Met andere woorden, het is tot zijn erwtenbreintje doorgedrongen dat zodra de rieten reismand opengaat, hij op reis gaat. Zodra hij het dit keer in de smiezen kreeg, ging hij er als een speer vandoor. Het moet een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van hersencellen zijn, ik kan het anders niet verklaren. Ik kon met zijn etensbakje rammelde wat ik wilde, hij kwam niet terug. Een dag later kreeg ik een Whatsapje van zijn Verzorgster en zijn/mijn Vriendin.

foto

Mooi is dat.

Vade retro, Satan ….eh … aardappelchips!

burtsSinds gisteren weet ik dat elk bezoek aan een supermarkt, een aanslag is op mijn wilskracht. Het zijn altijd dezelfde gedachtes die de schier onneembare vesting (NOT) van mijn wil bestormen. Ik wil chips. Van die lekkere zoute, met de hand gefrituurd van Burts. Gisteren niet. Gisteren had ik geen zin in chips. Geen geworstel met mijn vette-zucht-zelf bij het chipsschap in de Duitse supermarkt. Eetlust gaat namelijk niet samen met de griep.

Binnen een halve dag was ik dankzij een wel heel erg venijnige variant gereduceerd tot een snotterende schaduw van mijzelf. In de vrij letterlijke zin, niet alleen liep het water me de neus uit, maar ik had ook sterk de neiging bij de minste boe of bah in tranen uit te barsten. Zielig en verdrietig lag ik te lijden op bed. In plaats van tragisch lijdend en op zijn minst zeer interessant. Waarom is dat eigenlijk? Is het lichamelijk ongemak en de pijn (ja echt!) niet genoeg?

Echter, dankzij de griep begin ik in een afgeslankte vorm aan 2013. Ik hoef dit jaar alleen meer dan 27 films in de bioscoop te zien en dan heb ik weer aan mijn eigen hooggespannen verwachtingen voldaan.

En hoe gaat het in de tussentijd met Adje? Binnen drie seconden had hij het kattenluik gevonden. Sindsdien heeft hij het te druk om zich veel met hubby of mij bezig te houden. Hij komt wel af en toe een tukje doen op bed. Bovendien laat hij af en toe door een zacht prrrtje weten dat zijn tweede huis hem erg goed bevalt. Die zien we dus nooit meer van de zomer.

A cat nap

Kattengejank

Hij hield zich muisstil op weg naar zijn tweede vaderland en bewoog geen spier. Zoete jongen, vertelden we hem. Toen ik in onze Duitse directiekeet (daar lijkt ons bungalowtje nog het meest op) de kattenmand opendeed, verroerde Der Adje geen snorhaar. Pas een half uur nadat ik zijn mand in de slaapkamer zette, sprong hij er snel uit om direct onder het bed plaats te nemen. Om te mediteren, grapten hubby en ik. ‘s Nachts durfde hij wel tevoorschijn komen. Een paar dagen later ook overdag en daarmee nam het verontwaardigde kattengejank toe, want Adje is in de eerste plaats een buitenkat die met de andere dieren in het bos wil spelen.

Vanmiddag was het zover. Als proloog op de aanstaande plaatsing van het kattenluik, mocht hij zijn landgoedje verkennen. Hubby en ik hielden hem bezorgd en nauwlettend in het oog. Kan een kat met een halve hersencel de weg naar huis terug vinden? Nou en of, als ook een drolletje bij de nazi buurman in de tuin als kleine welkomstgift deponeren. Sindsdien mediteert mijn roodharige prinsje op het bed in de slaapkamer en zijn zoete dromen over eekhoorns zijn deel.

Morgen overdag zal hij het kattenluik in de buitendeur moeten vinden. Ben benieuwd of deze intellectueel uitgedaagde kater dat binnen een dag voor elkaar zal krijgen. Ik hou jullie op de hoogte.

Der Adje

Adje is een heel gevoelig katje. Het mag hem aan niets ontbreken. En – o jee-  is die halve hersencel wel genoeg? Hij loopt vast in in zeven sloten tegelijk. Tijdens onze weekenden in der zweite Heimat gaan er heel wat bezorgde whatappjes van mijn kant naar mijn vriendin cum buurvrouw die hem van zijn primaire levensbehoeftes voorziet. Nooit is er iets aan de hand. Hij maft en eet en geeft kopjes dat het een lieve lust is. Goed, misschien ben ik een tikkeltje overbezorgd. Per slot van rekening springt het object van mijn bezorgdheid uit stilstand twee meter hoog, trekt hij zich uit ijskoud vrieswater aan beide voorpoten zich aan de loopplank omhoog om zijn robbertje vechten met de buurkat voort te zetten en is hij tijdens de zomer nog nauwelijks in de woonboot.

Dat neemt niet weg dat zijn welzijn mij blijft bezighouden. Tot nu toe is Adje nog niet mee geweest naar ons tweede huis, maar binnenkort is het zover.  Ik kan urenlang mijn hoofd breken over hoe dat georganiseerd moet worden. Moet zijn tuigje – miskoop van het decennium – mee? Hoe lang moet hij binnen blijven voordat hij naar buiten kan? Zal hij het wel leuk vinden? Sinds vanochtend heb ik een ander probleem. Gezeten aan de ontbijttafel in het Duitse huisje kwamen diverse eekhoorntjes met wuivende staarten van de nootjes snoepen die we op de tafel hadden buitengezet. Zo schattig, zittend op hun achterpootjes en wrijvend over hun snuitjes.

Zal Adje niet – bedacht ik me opeens – een bedreiging voor die biotoop worden? Ik vrees het ergste. Hij is een viervoetig Usain Boltje met rood haar en gele ogen. Maar misschien valt het mee. Simon’s cat wint het ook niet van een eekhoorn namelijk. Zie onderstaande filmpje.

Adje is een gevoelig katje (NOT)

Mijn dreigementen dat hij onmiddellijk naar het asiel wordt teruggebracht, als hij zich niet meer thuis laat zien, zijn loos. Dat weet hij heel goed. Bovendien kent Adje na drie jaar de buitenwereld verkennen, zijn bestemming (hij wel!): hij is een buitenkat met vaste schuil- en slaapplekken, mij onbekend. Parmantig zwaaiend met zijn staart, verblijft hij uren aaneen in zijn eigen groene en zanderige universum (lang leve de eeuwigdurende bouwput hier voor de deur) en laat de woonboot links liggen.

Ik roep Adjes begin nog maar even op:

Wie is die grijze schim die langs mijn benen flitst in de nacht? Wie is dat duistere wezen met blikkerende hoektandjes dat met een snoekduik het openstaande luik in vlucht zodra hij mij aan hoort komen? Wie is die bange poeperd? Juist, het is Adje. En ik had hem juist aangeschaft als troostkat. Om me op te vangen als het leven me teveel werd, als er donkere wolken boven mijn hoofd samenpakten en als mijn non-existente carrière me zorgen baarde. In plaats daarvan koop ik duur kattenvoedsel om mijn kneuskat uit zijn zelfverkozen duistere leegte te lokken, en zit op het trapje naar beneden en roep lieve en troostrijke woordjes naar het donkere niets.

Midlife Me 27 mei 2009

Adje schrikt niet meer van een vlinder. De tijden zijn veranderd, maar als verantwoordelijke tweevoeter laat ik hem los. Daar. Als hij me maar af en toe smachtend (“Het is etenstijd. Echt waar.”) aankijkt. Dan kan ik me voor een moment in de illusie verliezen, dat ik indertijd een troostkat aanschafte, i.p.v. een ruige outdoor kater.

kater op de vensterbank

Adje, gezelsschapsdier (NOT)

Tijdens mijn blogpauze overstelpt met verzoeken om nieuws te blijven publiceren over Adje, ook wel bekend als Adriaan, Prins Snorhaar, Mooie Jongen, Roodhaartje, Prinsje op de Erwt, Dommie en Een-Hersencellige. Blijkbaar heeft de elegante viervoeter zijn hele eigen fanbase.

Het gaat uitstekend met hem. Zijn dag- en nachtritme is tegengesteld aan het mijne, maar in het voorbijgaan kom ik hem wel eens tegen. Adje heeft het meestal bijzonder druk met zijn rondjes (links en rechtsom!) en het inspecteren van zijn territorium, en wil  – zo langzamerhand – dat het ophoudt met regenen.

Adje op de trap

23 – Adje before and after

Hoe is het leven nadat de neus bijna in tweeën werd gedeeld? Een kleine foto impressie. Adje heeft zelf overigens niet door dat zijn aangezicht is geschonden (logisch!). Zoals gewoonlijk danst hij op de grijze straatstenen – een klein roodharig gedicht in beweging – en zweeft af en toe naar de vuilnisbak om daar zijn uitkijkpost te bemannen. En blijft hij uren achtereen weg.

adje_before_and_after

Nog 23 dagen te gaan.

44 – Wie zijn neus schendt ….

“Wat ga jij doen vandaag?”
Hubby kijkt op van de Volkskrant op tafel. “Een oneindige lijst klusjes. Jij?”
Van achter het VK-magazine wil ik hem net vertellen dat ik  -als moderne mens – er helaas ook niet aan ontsnap om voortdurend bezig te zijn als mijn oog op een in elkaar gekropen figuurtje in de vensterbank valt. “Heeft Adriaan een zwarte veeg over zijn neus?”
Nee. Een enorme jaap over zijn oranje neusje die eng openligt. En zijn oog ziet er ook beslist niet best uit.

We staan met onze armen over elkaar.
“Hij is erg lusteloos.”
“Ja,” beaam ik.
“En mat. Hij is beslist zichzelf niet.”
Ik knik.
“Dan moeten we maar weer naar de spoedkliniek.” Hubby zucht. “Waarom heeft hij altijd wat in het weekend?”

Inderdaad Adriaan heeft een ongezonde voorkeur in het weekend schuim om de mond te krijgen, plasjes bloed her en der in de tuin te deponeren en om in elkaar geslagen te worden door een andere kat.

145 euro, twee injecties en drie uur verder zijn we weer thuis. Adje gaat onder de invloed van de pijnstillers gelijk weer naar buiten, al lijkt hij wat groggy. Van achter het raam kijken hubby en ik hem na. “Ach,” verzucht ik. “Al is hij niet zo mooi meer, hij heeft nog wel een heel lief karakter.”

een gewonde Adje

66 – In het zonnetje

 

adje

Al drie jaar maakt hij deel uit van mijn (bijna) vijftig jaar. Hiernaast de eerste foto die ik van hem nam. Adje bivakkeerde toen nog in het ruim, in zijn persoonlijke onderwereld en liet zich liever niet zien. Ah-zielig. Als hij schichtig door de woonkamer sloop, durfden hubby en ik geen vin te beroeren. Elke beweging gaf aanleiding tot een snoekduik in het duister onder de vloer.

Daaronder een foto van Adje vandaag. Wat drie jaar onafgebroken TLC (Tender Loving Care) al niet vermag.

Nog 66 dagen te gaan.

Adje geeft zich over

68 – Als Adje groot was

De Duitse fotograaf Matthias Klum heeft het mogen meemaken en overleefd dat een leeuwin hem van dichtbij besloop en observeerde zonder dat hij als hapje in haar maag belandde of heftig verminkt (en dood) langs de rivier waar hij aan het fotograferen was, werd achtergelaten. Fascinerend verhaal, hij vertelt het heel boeiend.

bron: videovolt

Nog 68 dagen te gaan.