Bij de Combi, mijn favoriete supermarkt in mijn tweede vaderland, hebben ze drie soorten karretjes. Na diverse malen vruchteloos en vloekend te hebben geprobeerd het 50 eurocent muntje aan zijn rechtmatige eigenaresse (ik dus) te doen toekomen, had ik het door. De boodschappenvervoermiddelen hebben maar liefst drie kleuren: roze, groen en blauw, die incompatibel zijn, dat wil zeggen ze passen niet op elkaar. Er zijn drie rijtjes: roze, blauw en groen en nimmer zullen de drie mixen. Goed. Het ontgaat me totaal waarom een dorpssupermarkt drie soorten boodschappenkarren nodig heeft, maar ik heb hem door.
Donderdagochtend acht uur bij het keukenraam. Ik in mijn kimono, hubby met de haartjes nat. We spieden vanachter het groen naar de seniorenhangplek voor ons huis, zo te zien gevuld met keurig uitziende midlifers. Alhoewel. Ze maken een kabaal van jewelste.
“Ik hoorde dat het Duitsers waren in de douche,” zegt hubby.
De volumeknop staat inderdaad op de hoogste stand. “Zie je dat ze allemaal een flesje bier in de handen hebben?” sis ik naar hubby. “Waar je zin in hebt op de vroege ochtend.” Ik schud mijn oranjewitte haar. Dat Duitsers wel van een biertje houden, is me bepaald niet ontgaan in dit bolle buiken land, maar dit slaat toch alles. “Misschien moeten we een plakkaat ophangen,” zeg ik. “Nicht so laut, bitte.”
“Goed idee,” zegt hubby en meent er natuurlijk niets van.
Pas later dringt het tot ons door: men was aan het dauwtrappen en was dus al uren aan het innemen. Vandaar. Het waren drie soorten boodschappenkarretjes. Vandaar.
Zou Nederland ook van dit soort onbegrijpelijkheden hebben?

de seniorenhangplek







