Een andere wijs

Ik heb het maar druk met mijn nieuwe blogjes over het onderwijs, al verschijnen ze niet dagelijks en zelfs niet wekelijks, is het in mijn hoofd continu speelkwartier. Sinds een paar maanden schrijf ik voor Digischool in het blog Docent VO over het voortgezet onderwijs. En alhoewel ik al bijna een kwart eeuw in het vak zit, bezorgen goede onderwerpen me de nodige hoofdbrekens. De laatste paar decennia heb ik tenslotte me voornamelijk met mijn eigen niche bezig gehouden en niet zozeer met onderwijs in het algemeen.

Deze week lag echter het onderwerp voor het oprapen met de ontvreemding van het Franse examen. Spanning, sensatie en totale paniek in onderwijsland. En daarna het geweeklaag van al die verwende VWO-leerlingen die niet onmiddellijk woensdagavond naar hun warme vakantiebestemming konden vertrekken. Decadent gezeik.

Maar vandaar dat het mijmeren over midlife er een beetje bij in schiet.
Van dit filmpje word ik helemaal vrolijk, ga het zien!

Weg van de snelweg

Ongemerkt is de kilometerteller naar de honderd gekropen.
“Hoe snel mag ik eigenlijk hier,” vraag ik.
“Tachtig.”
“Oeps.” Ik haal mijn voet van het gaspedaal af.
“Met snelheid maken heb je niet echt moeite, hè?”
Inderdaad. In de spiegels kijken, gaat me moeilijker af. Eerst in de binnenspiegel, dan in de buitenspiegel, over mijn schouder kijken, ik kijk maar zie niets.  Zoals de brommer die bij de rotonde uit het niets opduikt.
“Het brommertje ging inderdaad wel snel, en je hebt nog niet het overzicht.”
“Het is ook zoveel tegelijk,” klaag ik.
“Je was vergeten in het linker buitenspiegeltje te kijken.”
Ik brom wat.
“Bij dat verkeerslichtje gaan we een draai maken.”
Mijn rij instructeur is een schatje met een fataal defect: een betreurenswaardige voorkeur voor het verkleinwoord.
“Ben je al met je theorie-examen bezig?”
“Het is zoooooo saai,” zucht ik. “Ik wilde er in de zomervakantie heel hard aan werken.”
“Misschien moet je het maar vóór de vakantie halen.”
Chipperdepips.
“Dan gaan we nu naar de snelweg.”
Joepie.  Hoe heb ik ooit kunnen denken dat de snelweg megaboring was? Het is mijn asfaltparadijs! Ik ben WEG van de snelweg. Lekker hard rijden.

De schildpad en de haas

De wrede tijd

Drie filmpjes. Iets over een concert. Zou hij nog zingen? Normaliter google ik niet op namen uit het verleden. Maar op elke regel is er de bekende uitzondering.

Decennia geleden zong hij een liedje voor me op zijn gitaar terwijl zijn zwarte krullen voor zijn dromerige bruine ogen vielen. Die eerste avond vertelde hij me een verhaal over een konijn waar ik geen touw aan vast kon knopen en serveerde me een smakeloze pizza met perziken en ananas. Maar aan het einde van de avond kreeg ik een cassettebandje met zijn foto er bij, dat ik aan iedereen liet zien. Ik vond hem saai, vertelde ik aan vriendinnen, maar geen haar op mijn hoofd die er over peinsde de relatie in de kiem te smoren.

“You need another lover like you need a hole in your head,” zong Prince in de tijd dat zijn gebeeldhouwde krullenbol mijn kant uit begon te kijken. Het was de tijd van krakers en punkers, oproer en massawerkeloosheid. De Staatsliedenbuurt was een staat in een staat. Terwijl power dressing in de mode was, wankelde ik op hoge hakken door de Amsterdamse straten. Ik droeg strakke zelfgemaakte pied de poule kokerrokken met een daarop korte truitjes, bontgekleurde breicreaties van eigen hand met een te ruime hals zodat altijd een blote schouder te zien was.

Van veraf had ik hem al lang gespot, zoals elke vrouwelijke student in ons instituut. Hij was een hottie en ik was in de war. Mijn ouders lagen in scheiding, mijn vader had een new age vriendin aan het doodsbed van een kennis opgeduikeld, waarna mijn moeder van de schrik nog depressiever en labieler was geworden dan ze al was. De komst van een Adonis leek een opmaat naar een ‘happy end’.

Ik keek niet verder dan zijn knappe uiterlijk. Hij, op zijn beurt, had niet door dat ik op een stoel zat met drie wrakkige poten die op het punt stonden het te begeven. Ik tolde rond in de echtscheidingscentrifuge van mijn ouders en hij zaagde maar door over zijn ex, wier foto’s overal aan de muren van zijn flat hingen. Wist ik veel, ik was jong en dacht dat ik het in mijn eentje allemaal wel aan kon, maar ik had beter bij een begrijpende therapeute uit kunnen huilen dan bij een warrige Apollo. Uiteindelijk en onvermijdelijk viel ik van mijn stoel languit op de stenen koude vloer. De relatie bloedde langzaam dood. Alles deed pijn maar vooral mijn hart. Toen dacht ik dat het vanwege hem was, maar het was natuurlijk vanwege die andere scheiding.

Nu kijk ik gespannen naar een filmpje op het beeldscherm. Ik ben benieuwd of de jaren vriendelijk voor hem geweest. Een man verschijnt wiens gezicht een doodshoofd lijkt met de huid er strak overheen gespannen. Is het hem wel of niet? De kaaklijn lijkt wel hetzelfde. Als hij zijn mond opendoet, komt er een stroom van onzin uit. Brrrr. Heftig. Ik kijk het tot het einde uit, maar met moeite. Oh, wrede tijd.

Oranje voert de boventoon

Met de aanschaf van een laptop hoopte ik overal in de woonboot en vooral de tuin te kunnen werken. Het beeldscherm bleek echter zo spiegelend dat ik hem alleen maar boven in mijn studeerkamertje kan gebruiken. Dezer dagen heb ik nog een extra nadeel ontdekt, namelijk dat ik mezelf en mijn oranje en witte haar veel te goed weerspiegeld zie. Dientengevolge heb ik een groot deel van vandaag met mijn handen door mijn haar gewoeld op zoek naar een manier dat het oranje en wit in een gelukkiger combinatie op mijn hoofd gerangschikt kan worden.

Afgelopen dinsdag (de Inhuldiging) varieerden de opmerkingen van “Wat heeft u uw haar leuk oranje geverfd” (lief meisje) tot “Wat heb jij een gekke pruik op.” (brutaal jongetje) en van alles er tussenin. Ooit reisde ik door stad en land zonder dat iemand zich geroepen voelde me aan te spreken, die tijd is voorbij. Alsof de midlife mildheid die ik voel, stiekem naar buiten is gekropen, zich vastgezet in mijn gelaatstrekken en mij tot algemeen aanspreekpunt heeft gemaakt. Ik leg me maar bij het onvermijdelijke neer.

Vanochtend nog in de supermarkt. De mevrouw voor mij in de rij bij de kassa zegt lachend: “De oranje verf moet u zeker ook nog uw haar halen?”
Ik lach een beetje en zeg: “Helaas gaat dat in mijn geval nog heeeeeeel lang duren.”
Jaren.

De moraal van dit alles: Bezint eer gij met henna begint!

Sereen seniel worden

Wat heerlijk dat Seinfeld herhaald wordt en een grote hulp bij het behouden van de door mij gewenste midlife sangfroid. In navolging van George’s vader weerklinkt in de woonboot tegenwoordig het gevleugelde “Serenity Now” als de golven van onmachtig vergeten mij te hoog worden.

Gisteren nog een duimnagel met de waardeloze gratis nagellak van een niet nader te noemen supermarkt gekleurd. Vanochtend is de nagellak verdwenen alsmede de hersencellen die dat hadden moeten registreren. Zijn ze in de Chardonnay verdronken?

Serenity now!

Ik moet de voorrangsregels in mijn theorieboek bestuderen. Theorieboek ligt in de woonkamer. Nergens te vinden. Dagenlang gezocht. Maar dan gaat hubby het oud papier wegbrengen en ligt ie pontificaal tussen de oude kranten. Ik word gek.

Serenity now!

Paar uur voor het begin van het uitverkochte klassieke concert ben ik het toegangskaartje kwijt. Zeker weten dat het op mijn bureau lag. Zeker, zeker weten. Dik een uur later, als mijn adem steeds verder naar boven is gekropen en ik het hyperventileren nabij ben, vind ik hem in een boek, waar hij blijkbaar dienst deed als boekenlegger.

Serenity now!

Het zal er allemaal wel bij horen, die vergeetachtigheid, maar vermoeiend is het wel. ;)

Oranje boven

Oranje boven“Wat heb jij gek haar.” Het kind zit achterstevoren op de fiets bij zijn grootmoeder, aan haar grijze haar te zien. Hij  kijkt me vrijpostig aan.
Gvd. Dat kan ik er helemaal niet bij hebben na deze hele lange dag van werken. Nadat mijn kapper mijn haar geweldig geknipt had (doet hij altijd maar nu was het een revelatie) en mijn witte haar op listige wijze deel van een opwindende krullenbolcreatie was geworden, achtte ik het onnodig die vreselijk jeukende haarbanden nog langer om mijn hoofd te draperen.

Niet dat ik niet Amsterdammers naar mijn hoofd zie staren als hadden ze nog nooit een ‘oranje boven’ kapsel gezien, maar brutale opmerkingen? Nee.

Streng staar ik naar het onopgevoede jochie. “Goh, vriendelijk van je, zeg.” En rijdt aan hem voorbij, terwijl woedende gedachten over de onopgevoede jeugd van tegenwoordig als popcorn in mijn geest poppen. Pas later bedacht ik dat mijn ironie hem waarschijnlijk helemaal is ontgaan. En dat met de rukwinden mijn haar er misschien toch wel een heel klein beetje gek er uit hadden doen zien.

Anyway, goede kapper in Amsterdam nodig? Ga naar Hairplay.

De blije lach van een oudere

De radio is mijn dagelijkse metgezel, mijn muzikale behang dat de noodzakelijk achtergrondruis biedt voor mijn drukke werkzaamheden. Meestal aan de rand van mijn bewustzijn, maar soms  dringt er iets in zijn volle omvang tot mij door.

Eerst is er die kraaiende lach van een bejaarde, dan klinkt er een stem die zegt: “De blije lach van een oudere is onbetaalbaar.”

De eerste vraag die zich aan me opdringt: Oh my god, ben ik een oudere? Ben ik de beoogde doelgroep van deze infantiele reclame, die eenzame ouderen aan een dagje uit moet helpen en die in ruil daarvoor gestript worden van hun waardigheid? Ben ik – de hemel verhoedde het – een van die pathetische zielen die door een frisse jongeling naar het strand moet worden gereden? Daar heb ik helemaal geen tijd voor.

Gauw naar het Nationaal Ouderenfonds gesurfd. Een heleboel info maar geen woord of ik als vijftiger samen met andere ongelukkigen in een busje wordt gepropt voor een lesje in nederigheid. De verlossing komt op de Facebookpagina van de ASN-bank, medeplichtige aan deze campagne. Praise the Lord, hallelujah, het is voor 65-jarigen en ouderen bedoeld. Dat betekent nog 15 jaar wachten totdat ik als kakelend kinds besje wordt weggezet op de radio.

Geef mij maar De glimlach van een Kind, van Willy Alberti, in plaats van De blije lach van een Oudere. Het ware sentiment is echt helemaal niet moeilijk te onderscheiden van de valse variant.

De duivel schijt altijd in het westen

“In wat voor wereld leven we dat een T-shirt maar 3 euro kost?” verzucht ik in de auto.
Mijn midlife metgezellinnen knikken hun hoofden wijs. “Ja, het kan toch eigenlijk niet voor dat geld, hè?”

Een half uur geleden stond ik zes kledingstukken te passen in Zaandam: een bloesje dat niet open bleek te gaan, twee broeken die beneden te strak en boven te wijd waren, een kleurig vest dat niet stond, een jasje dat hevig knelde onder de oksels en als laatste een keurig vestje dat als enige de selectie overleefde. Troepiedepoepie, maar kostte dan ook niet meer dan 12 euro per stuk. Het kan niet anders of iemand betaalt die prijs voor die schamele bedragen en dat zijn niet wij in The Wasteful West.

De uitdrukking” De duivel schijt altijd op de grootste hoop” gebruik ik graag en veel voor anderen. Zo gaat dat als je Nederlandse bent, het opgeheven vingertje wordt er automatisch bij geleverd. Maar de laatste tijd hoor ik het knetteren in de verte en ruik ik onwelriekende geuren. Getsie!

Ik hou er mee op en koop die goedkope rotzooi niet meer. Daar.

Alive and kicking

Deze week bereikte mij een mailtje met de bezorgde vraag of ik nog wel in het land was, of ik niet verhuisd was naar mein zweite Heimat. Mijn correspondent had al enige tijd geen levenstekenen van mij in haar mailbox ontvangen.

Het is niet waar, antwoordde ik. Nee, ik heb de woonboot niet verkocht, heb het koude kikkerland niet permanent verlaten om wild te gaan walsen in Lederhosen bij de oosterburen. Wat wel heel goed het geval kan zijn, is dat aankondigingen van het blog Midlife Me regelrecht de prullenbak in gaan, als je je hebt geabonneerd op het blog.

Dus: Midlife Me is alive and kicking, maar ontvang je geen Midlife Me berichten, check dan je spambox en geef mij het groene licht. En heb je je nog niet ingeschreven, vul je gegevens in rechts bovenaan in de sidebar.