Drie filmpjes. Iets over een concert. Zou hij nog zingen? Normaliter google ik niet op namen uit het verleden. Maar op elke regel is er de bekende uitzondering.
Decennia geleden zong hij een liedje voor me op zijn gitaar terwijl zijn zwarte krullen voor zijn dromerige bruine ogen vielen. Die eerste avond vertelde hij me een verhaal over een konijn waar ik geen touw aan vast kon knopen en serveerde me een smakeloze pizza met perziken en ananas. Maar aan het einde van de avond kreeg ik een cassettebandje met zijn foto er bij, dat ik aan iedereen liet zien. Ik vond hem saai, vertelde ik aan vriendinnen, maar geen haar op mijn hoofd die er over peinsde de relatie in de kiem te smoren.
“You need another lover like you need a hole in your head,” zong Prince in de tijd dat zijn gebeeldhouwde krullenbol mijn kant uit begon te kijken. Het was de tijd van krakers en punkers, oproer en massawerkeloosheid. De Staatsliedenbuurt was een staat in een staat. Terwijl power dressing in de mode was, wankelde ik op hoge hakken door de Amsterdamse straten. Ik droeg strakke zelfgemaakte pied de poule kokerrokken met een daarop korte truitjes, bontgekleurde breicreaties van eigen hand met een te ruime hals zodat altijd een blote schouder te zien was.
Van veraf had ik hem al lang gespot, zoals elke vrouwelijke student in ons instituut. Hij was een hottie en ik was in de war. Mijn ouders lagen in scheiding, mijn vader had een new age vriendin aan het doodsbed van een kennis opgeduikeld, waarna mijn moeder van de schrik nog depressiever en labieler was geworden dan ze al was. De komst van een Adonis leek een opmaat naar een ‘happy end’.
Ik keek niet verder dan zijn knappe uiterlijk. Hij, op zijn beurt, had niet door dat ik op een stoel zat met drie wrakkige poten die op het punt stonden het te begeven. Ik tolde rond in de echtscheidingscentrifuge van mijn ouders en hij zaagde maar door over zijn ex, wier foto’s overal aan de muren van zijn flat hingen. Wist ik veel, ik was jong en dacht dat ik het in mijn eentje allemaal wel aan kon, maar ik had beter bij een begrijpende therapeute uit kunnen huilen dan bij een warrige Apollo. Uiteindelijk en onvermijdelijk viel ik van mijn stoel languit op de stenen koude vloer. De relatie bloedde langzaam dood. Alles deed pijn maar vooral mijn hart. Toen dacht ik dat het vanwege hem was, maar het was natuurlijk vanwege die andere scheiding.
Nu kijk ik gespannen naar een filmpje op het beeldscherm. Ik ben benieuwd of de jaren vriendelijk voor hem geweest. Een man verschijnt wiens gezicht een doodshoofd lijkt met de huid er strak overheen gespannen. Is het hem wel of niet? De kaaklijn lijkt wel hetzelfde. Als hij zijn mond opendoet, komt er een stroom van onzin uit. Brrrr. Heftig. Ik kijk het tot het einde uit, maar met moeite. Oh, wrede tijd.