Het zit de ING niet mee met een cyber-attack die al dagen duurt, maar ze hebben wel een superleuk filmpje geproduceerd over het nieuwe Rijksmuseum.
Alhoewel ik in musea meestal liever in de shop of het cafe bivakkeer terwijl mijn culturele wederhelft zijn hart op haalt aan de collectie, mis ik het Rijksmuseum. Al heel lang. En de fietstunnel. Wanneer mag ik er nou weer doorheen fietsen?
Voor het grootste gedeelte heb ik de film van achter gespreide handen gezien. Alsof dat enige bescherming zou bieden tegen de gênante scenes die zich op het filmdoek ontvouwden. Paradies: Liebe is een film over een midlife vrouw uit Oostenrijk, die naar een vakantie-resort in Kenia trekt om daar de ‘sugarmamma’ te worden van een aantal jonge zwarte beachboys.
Het zou hilarisch kunnen zijn, komisch, misschien een tikkeltje dramatisch, maar Ulrich Seidl (van de Oostenrijkse ‘depri-Kino’) maakt er een beschamend exposé over seks-toerisme van waarbij ik me uiterst ongemakkelijk voelde. Het is tot daar aan toe dat de midlife protagoniste weinig flatteus in beeld wordt gebracht, dikke blubberbuiken en borsten tot aan de navel incluis, maar de manier waarop ze haar ‘beachboys’ behandelt, verdient ook bepaald geen schoonheidsprijs. De hoofdpersoon Teresa geeft haar ‘beachboy’ aanwijzingen over het liefdesspel, die zo gênant zijn dat ik me bijna omdraaide in mijn stoel om maar niet te hoeven kijken. Natuurlijk is ze op zoek naar genegenheid en affectie en krijgt ze het lid keihard op de neus. De ‘beachboys’ doen het met haar, ondanks alle mooie woorden, alleen maar om het geld. Een lose-lose-situatie voor beide partijen.
De lezing die aan de film vooraf ging, van Peter de Bruin, NRC film journalist, was heel interessant. Heerlijk om al die achtergrond-info op een interessante manier gepresenteerd te krijgen. Maar -eerlijk gezegd – was ik blij toen de film afgelopen was. Na afloop, toen ik de drankjes voor mijzelf en hubby, aan de bar van The Eye betaalde, had ik even een unheimisch gevoel, alsof ik alles betaalde voor latere diensten in natura.
Toch een goede film met prachtige beelden. Sommige plaatjes waren bijna exotische stillevens. Of zeg ik dat alleen maar om een avond vol gevoelens van schaamte en Westers schuldgevoel zin te geven? Een excuus voor Westerse flagellatie?
Ik wist het. In cultureel opzicht gaat de aanschaf van een tweede huis op het Duitse platteland me de das omdoen. Geen filmhuisfilms meer aandachtig bekijken tussen o.s.m., maar blauwbekkend naar het midwinterhoornblazen luisteren tussen de geschoren maisvelden en naar het Sylvesterschiessen gaan, whatever that may be! (ik moet nog gaan) Acht films heb ik dit jaar minder gezien dan vorig jaar. Snik. Heb ik gelijk een goed voornemen voor 2013.
Mijn top 3 van dit jaar:
1 Les géants. Het is de film die me het meest is bijgebleven, die ik nog op mijn netvlies kan toveren. Als ik aan de laatste scene denk, krijg ik nog steeds tranen in mijn ogen.
2 Amour Wat een geweldige filmer is Michael Haneke toch. Zijn beelden zijn helder en chirurgisch precies. Zonder mededogen legt hij de menselijke existentie onder de loep, huiveringwekkend maar prachtig om het kloppend hart van de mensheid in zijn rauwe echtheid te aanschouwen. (Misschien iets teveel metafoor
3 Tinker tailor soldier spy Wat vond ik het een heerlijke film, lekker langzaam, geweldige acteurs en op en top Engels. Ik verheug me er nu al op deze een tweede keer te zien.
Hij zou op Poetin lijken, hij lacht nooit, hij is zo serieus. En het ergste is: het is allemaal waar. De reacties van mijn bloglezeressen op het vorige blog deden mijn idolatie van Daniel op zijn voetstuk wankelen. Plotseling vond ik hem zo’n strakgetrokken koppie hebben. Had hij een Van Breukhoventje gedaan? En was hij niet te oud eigenlijk? Kon hij überhaupt nog wel een keer James Bond spelen?
Net op tijd herinnerde ik mij het filmpje van Daniel Craig samen met Catherine Tate. Ik heb het al eens eerder op Midlife Me gepubliceerd, waarin hij zichzelf en zijn imago volkomen belachelijk maakt. Geweldig, een superster met zelfspot en een gevoel van humor. En hij lacht!
Het is nauwelijks te geloven maar James Bond en ik zijn even oud: samen zijn we in 1962 geboren. Ook zijn we allebei bedreven in de edele kunst van de vechtsport, maar dan houdt de gelijkenis zo’n beetje op. James houdt van Martini, ik van single malt whisky. Hij is de eeuwige vrijgezel, ik ben stevig verankerd in een relatie. James verwisselt probleemloos van gedaantes, terwijl ik naar een steeds verouderende versie van mezelf in de spiegel staar. Al zes keer volbrengt hij het huzarenstukje zichzelf te verjongen en energiek weer aan nieuwe avonturen te beginnen.
Reden waarom ik de James Bond films tegenwoordig veel beter te pruimen vind dan vroeger, is dat het in eerdere films volstrekt niet geloofwaardig was dat al die vrouwen bij hem in bed kropen. Bij rocksterren, ja. Bij rijke, machtige mannen, ja. Bij onbekende spion in de vorm van dikbuikige Roger Moore, nee. En laten de gebeurtenissen rond de CIA-directeur niet zien dat mannen juist geen weerstand kunnen bieden aan mooie vrouwen?
Afgelopen weekend heb ik Skyfall gezien in Tuschinski (altijd een beleving die prachtige zaal). Heerlijk was het. Van alle James Bond verschijningen is Daniel Craig mijn absolute favoriet. En fantastisch hem in de weer te zien met Xavier Bardem als slechterik. Twee lekkere dingetjes voor de prijs van een.
Bof ik even dat ik een tweede huis in Duitsland heb, de Kerst duurt een dag minder bij de buren. Het meest afgrijselijke feest van het jaar komt er weer aan en ik heb al weer een Kerstfilmpje gezien waar ik tranen van in mijn ogen kreeg. Dat bedoel ik nou. Bah! Dat slappe, sentimentele gedoe kan me niet kort genoeg duren.
Mijn midlife lichaam verdraagt al dat geschilder, geschuur en gesjouw met ladders niet meer. ‘s Ochtends protesteren mijn spieren hevig en kreunend rol ik uit mijn bed. Maar het einde nadert: slechts drie kozijnen te gaan voor de laatste laag. En daarna zal ik nooit meer een blogje over schilderen schrijven. Hierbij zweer ik de dure eed hard te gaan werken om zoveel geld te verdienen dat ik een dure huisschilder in de arm kan nemen. (heel benieuwd hoe lang ik dat volhoud )
Desalniettemin en in het kader van ‘elk nadeel heeft zijn voordeel’: ik heb een mooie bruine kleur op gezicht en armen, vragen mensen me of ik soms afgevallen ben (geen goed teken, by the way!) en na drie weken vol continu naar radio 1 Sportzomer te hebben geluisterd, ben ik volledig op de hoogte van de toestand van de wereld van de sport en de populaire zomerliedjes. Neuriënd en soms luidkeels mee swingend – met mijn oordoppen in – stond ik op mijn ladder terwijl ik af en toe haastig naar beneden klom om op teevee een Nederlandse Olympiër aan de gang te zien. Hartelijk dank radio 1 Sportzomer!!
’50 Ways To Say GoodBye’ van Train was een van die ladder-liedjes en later zag ik dat ze ook een heel erg leuk filmpje hebben gemaakt met een geestige bijrol van Hoff (David Hasselhoff).
In de antieke oudheid schijnen de Romeinen vaker in de arena met de duim naar beneden hebben gewezen, dan naar boven, waarna de ongelukkige vechtjas op het zand ten dode was opgeschreven. Tegenwoordig wijzen de meeste duimen naar boven. Facebook laat ons geen keus. We moeten ‘liken’ of strikt neutraal blijven. Twitter heb ik allang (weer) opgegeven: ik heb helemaal niets te kwetteren. Ik word er een beetje moe van en overweeg (alweer) digitaal zelfmoord te plegen.
Ter overdenking, een tot nadenken stemmend filmpje.
Zodra ik moe word, aan vakantie toe ben, ben ik mijn sleutels kwijt. Overal. Voortdurend. Op mijn werk bijvoorbeeld.
“Heb je al op het toilet gekeken?” vragen collega’s.
“Ja,” zeg ik. Een bekende plek. Ze kennen me namelijk langer dan vandaag.
Na een moedeloze zoektocht langs alle plekken, waar ik al eens mijn sleutels heb laten liggen, kwam ik op het lumineuze idee in mijn ‘speciale – voor sleutels gereserveerde plek’ in mijn tas te kijken. Et voila. Weer een dik kwartier van mijn pauze voorbij.
Of thuis.
Wanhopig sms ik de buurvrouw: “kan ik mijn reservesleutels bij jou komen halen?” Ik ben mijn huissleutels kwijt, kan mijn huis niet uit, de garage niet in en moet daar dringend zijn in verband met mijn schilderwerkzaamheden. Drie keer ben ik het huis al door gestoven. Nergens te vinden. Wanhopig staar ik naar het haakje waar de sleutels gewoonlijk hangen. Ik kan met toch echt herinneren, bijna visualiseren dat ze heb opgehangen.
De buurvrouw tekst terug dat ik kan komen. Godzijdank. Haastig open ik de garage en zie dan mijn huissleutels naast de nijptang hangen, aan een haakje. Gisteren stond de garage open en blijkbaar heb ik ze in de automatische-piloot-modus opgehangen. Great. Zou ik aan een Age-Activated Attention Deficit Disorder lijden?
Sommige muziekinstrumenten wekken de lachlust meer op dan anderen. Ik zal niet schateren om een contrabas of een paukenslag, maar het getut van de kleine de piccolo of het gerammel van de ukekele toveren al gauw een glimlach om mijn gelaat. De eerste keer dat ik dit filmpje zag – een ukelele orkest speelt “Smells like teen spirit” van Nirvana, vond ik het hilarisch. Nu ik het weer bekijk, vind ik het vreemd genoeg eigenlijk helemaal niet leuk. Alsof het de magie van dat steengoede nummer ter plekke erodeert. Wat vinden jullie?